• Irene Westerbeek

Poep in het zwembad


Het is zomer. Ik bel met een vriendin, we hebben het over leuke dingen die we kunnen doen. Ze stelt voor om te gaan zwemmen, waarna ze zich meteen verontschuldigd. ‘Kan je eigenlijk wel zwemmen met dat ding?’ Het duurt een paar seconde voordat ik begrijp welk ding ze bedoelt. Ze bedoelt mijn stoma.


Ik begrijp haar overweging best. Zwemmen was een activiteit waar ik zelf ook mijn twijfels over had, om twee redenen. Allereerst is het zwembad in Rotterdam west een plek waar veel puberale schoffies met grote monden rondlopen, die zouden zomaar iets vervelends over mijn zak kunnen zeggen. Ten tweede, wat als de sticker los gaat in het water? Bij het overdenken wat en hoe zwemmen met mijn stoma mis kon gaan schoten er allerlei smerige scenario’s door mijn hoofd. In mijn fantasie zag ik mij lekker baantjes trekken, en gestoord worden door aanstellerig gekrijs. ‘Er ligt poep in het water!’ In paniek grijp ik naar mijn buik en ik voel…...geen zak.

Ik kijk om en zie mijn zak drijven. Iedereen kijkt naar mij. Want ik was de enige in het zwembad die een zak op haar buik droog. Iedereen vind mij stom, want niemand wil meer zwemmen in een bad met poep.

Gelukkig ging het in de praktijk heel anders. De eerste keer dat ik ging zwemmen gebeurde vrij spontaan. In de sportschool ging 1 van de jongens met wie ik samen train naar het zwembad voor extra cardio en vroeg of ik meeging. Ik zei volmondig ja. De jongen in kwestie was maatje gorilla en nog niet zo lang geleden zelf een puberaal straatschoffie geweest. Ik had de ideale bodyguard gevonden voor mijn eerste keer met stoma naar het zwembad in Rotterdam West. De sticker bleef zitten, en een bodyguard had ik eigenlijk niet nodig. Met mijn bikinibroekje met hoge taille zagen de meeste mensen het niet eens. Je bent immers met je lijf onder water.



De tweede keer ging ik zelf. Deze keer niet naar vrijzwemmen, maar veilig naar het banenzwemmen voor volwassenen. Ik kwam om ten slotte om te zwemmen. Deze keer had ik een laag bikinibroekje aangedaan. Mensen keken, maar de meeste met bewondering. De sticker ging wederom niet los. Het zwemmen vond ik minder aangenaam met een laag bikinibroekje. De stoma voelde kwetsbaarder en kouder en ik miste de ondersteuning die het hoge broekje wel gaf. Al doende leert men.


De derde keer zwom ik als een malle in mijn hoge bikinibroekje. Ik ging snel, ik was niet met de stoma bezig en ik zwemde het hele banenzwemuur vol zonder pauze. Toen ik als laatste uit het water kwam en zuurstof tegen mijn lijf voelde, signalerende ik tocht bij mijn stickerplaat. Ik keek voorzichtig in mijn bikinibroekje en de bovenste helft van de plaat was inderdaad losgeweekt. Lichte paniek. Ik voelde of er iets in mijn zak zat. Geen poep, maar er zat wel water in. Enigszins opgelucht trok snel mijn broekje omhoog, liep kalm naar mijn handdoek en verdween naar de badhokjes alsof er niks aan de hand was.


Omkleden in zo’n open hokje waar je alles kan horen en ruiken is in deze situatie niet ideaal, maar met halve losse zak en een tas vol spullen op zoek gaan naar iemand van het personeel om te vragen of ik me ergens kon terugtrekken leek me meer gedoe, dus ik zocht een hokje zonder buren. Toen ik mijn toilettasje met mijn stomaspullen open deed, kwam ik erachter dat ik wel mijn stomazakjes bij had, maar de plastic zakjes waarin je ze weg gooit waren op. Ik graaide in mijn tas, zoekende naar een alternatieve oplossing voor de stomazak met water. Leeggooien op de grond leek me geen hygiënische optie en zou geur kunnen verspreiden en aandacht trekken.

In mijn tas vond ik de lege Tupperware bak van de dag ervoor. Zo komen mijn slordigheden vaak toch van pas bij het oplossen van mijn slordigheden. Ik moffelde de stomazak met water in de bak, plakte een schone op mijn buik en handelde mijn ongelukje thuis rustig af.

Ondanks de minder succesvolle derde keer, volgden er steeds meer keren. Ik kan niet ontkennen dat zwemmen iets meer gedoe is geworden sinds de operatie. Maar ik ben blij dat ik me in de praktijk niet door het gedoe en angst voor wat andere mensen denken laat weerhouden. Ik let nu extra goed op dat ik een sterke en schone plaat opplak voordat ik ga zwemmen. Ik zorg voor een hoog broekje. Ik neem mijn handdoek altijd mee naar binnen en hang hem zo dicht mogelijk bij het trapje van het zwembad. Ook neem ik extra plastic zakken, schoon water en schoonmaakdoekjes mee om eventuele ongelukjes hygiënisch en discreet af te handelen.


Van te voren weet je niet hoe je in de praktijk met je veranderde lichaam omgaat. Je kan alles tientallen keren overdenken, maar om er echt achter te komen hoe dingen zullen vergaan met een stoma moet je die dingen doen. Zo maak ik mij over poep in het zwembad niet meer druk omdat ik in de praktijk heb geleerd dat de zak er niet plots ongemerkt vanaf valt en ik vrijwel nooit ontlasting heb tijdens het zwemmen.

Over brutale schoffies maak me ook niet meer druk. Soms kijken ze afkeurend, maar voordat ik een stoma had gebeurde dat me ook. Pubers zijn nou eenmaal pubers en hun gedrag zegt meer over hun onzekerheden als die van mij.

© 2019 BY IRENE WESTERBEEK